Nederlands

Safety Information

INDICATIE VOOR GEBRUIK

Het Dexcom G4 continue glucosemonitoringsysteem is een glucosemonitoringapparaat dat is geïndiceerd voor het opsporen van trends en het volgen van patronen bij personen (vanaf 18 jaar) met diabetes. Het systeem is bestemd voor gebruik bij de patiënt thuis en in zorginstellingen en is uitsluitend op recept verkrijgbaar (in de VS).

Het Dexcom G4-systeem is geïndiceerd voor gebruik als apparaat ter aanvulling, niet ter vervanging, van informatie die is verkregen met behulp van een standaardbloedglucosemeter voor thuisgebruik.

Het Dexcom G4-systeem helpt bij de detectie van perioden met een verhoogde glucoseconcentratie (hyperglykemie) en met een verlaagde glucoseconcentratie (hypoglykemie). Het systeem vergemakkelijkt zowel directe als langetermijn-aanpassingen van de behandeling, waarmee deze schommelingen tot een minimum kunnen worden beperkt. De resultaten van het Dexcom G4-systeem moeten geïnterpreteerd worden op basis van de trends en patronen die kunnen worden waargenomen na een periode met meerdere achtereenvolgende metingen.

BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER

Raadpleeg de instructies van het product voordat u het continue-glucosemonitoringsysteem gebruikt. Contra-indicaties, waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en andere belangrijke gebruikersinformatie kunt u vinden in de instructies van het product. Bespreek met uw zorgverlener hoe u de trendgegevens van uw sensor dient te gebruiken bij de behandeling van uw diabetes. De productinstructies bevatten belangrijke informatie over probleemoplossing voor uw systeem en over de prestatiekenmerken van het apparaat.

CONTRA-INDICATIES

  • De Dexcom G4-sensor, -zender en -ontvanger moeten vóór kernspintomografie (MRI), CT-scans en diathermie worden verwijderd. Het Dexcom G4-systeem is niet tijdens MRI- of CT-scans of diathermie getest en het is onbekend of dit negatieve gevolgen heeft voor de veiligheid of de prestatie van het systeem.
  • Gebruik van producten die acetaminophen (paracetamol) bevatten (bijv. Tylenol) tijdens het dragen van de sensor kan leiden tot foutief hoge glucosemetingen van de sensor. De mate van onnauwkeurigheid is afhankelijk van de hoeveelheid actieve acetaminophen (paracetamol) in uw lichaam.

WAARSCHUWINGEN

  • Gebruik het Dexcom G4 CGM-systeem pas nadat u bent getraind of het bij uw CGM-systeem geleverde trainingsmateriaal hebt doorgelezen.
  • Voor het nemen van besluiten over uw behandeling (bijv. de hoeveelheid te gebruiken insuline) moet de bloedglucosewaarde van uw bloedglucosemeter worden gebruikt. Het Dexcom G4- systeem is geen vervanging voor een bloedglucosemeter. De bloedglucosewaarden kunnen afwijken van de glucosemetingen van uw sensor. De richting en veranderingssnelheid van de bloedglucosespiegel en trendgrafiek van uw Dexcom G4-systeem bieden extra informatie om u te helpen bij beslissingen over de behandeling van uw diabetes.
  • Symptomen van een hoge of lage glucoseconcentratie mogen niet worden genegeerd. Als de glucosemetingen van uw sensor niet overeenkomen met uw symptomen, moet u de bloedglucoseconcentratie met een bloedglucosemeter meten.
  • De glucosewaarden van uw sensor kunnen onjuist zijn als u niet minstens om de 12 uur kalibreert.
  • Sensoren kunnen heel af en toe breken. Als een sensor is gebroken en er geen zichtbaar deel uitsteekt boven de huid, mag u niet proberen om hem te verwijderen. Raadpleeg een arts als u symptomen van infectie of ontsteking (roodheid, zwelling of pijn) voelt op de inbrengplaats. Stel de plaatselijke distributeur op de hoogte als uw sensor is gebroken.
  • Het Dexcom G4-systeem is niet goedgekeurd voor gebruik bij kinderen of adolescenten, zwangere vrouwen of personen die dialyse ondergaan.
  • De sensor is niet goedgekeurd voor plaatsing op andere locaties dan onder de huid van de buik (abdomen).
  • Gebruik de zender of ontvanger niet als de behuizing ervan beschadigd/gebarsten is, aangezien dat elektrische gevaren of storingen kan veroorzaken.

VOORZORGSMAATREGELEN

  • Was uw handen met water en zeep en droog ze goed af om besmetting te voorkomen voordat u de sensorverpakking opent.
  • Reinig de huid op de inbrengplaats altijd met een lokaal aangebrachte antimicrobiële oplossing (bijv. isopropanol) voordat u de sensor inbrengt. Dat kan infectie helpen voorkomen. Wacht totdat de schoongemaakte plaats is gedroogd voordat u de sensor aanbrengt, zodat hij beter blijft kleven.
  • Verander telkens de plaats waar u de sensor inbrengt om de huid te laten genezen.
  • Vermijd plaatsen waar tegenaan gestoten of gedrukt kan worden, en plaatsen op de huid met littekens, tatoeages of irritatie omdat dit geen goede plaatsen voor glucosemeting zijn.
  • Injecteer geen insuline en breng geen infuusset van een insulinepomp aan op een afstand van minder dan 7,62 cm van de sensor, omdat de insuline de glucosemetingen van uw sensor kan beïnvloeden.
  • De sensor is alleen steriel indien deze is geleverd in een ongeopende, onbeschadigde verpakking. Gebruik geen sensor waarvan de steriele verpakking beschadigd of reeds geopend is.
  • Om het systeem te kalibreren, moet u de door uw bloedglucosemeter aangegeven bloedglucosewaarde binnen 5 minuten na een zorgvuldig verrichte meting invoeren. Als u onjuiste bloedglucosewaarden of meer dan 5 minuten oude bloedglucosewaarden invoert, kan dat leiden tot een onjuiste glucosemeting door de sensor.
  • Het zendbereik tussen de zender en de ontvanger is maximaal 6 meter (zonder obstakels). Draadloze communicatie in het water werkt niet goed zodat het zendbereik veel kleiner is in een zwembad of bad, op een waterbed enz.
  • Sensoren moeten gedurende hun levensduur worden bewaard bij een temperatuur tussen 2 °C en 25 °C. U kunt de sensors in de koelkast bewaren, mits de koelkasttemperatuur binnen dit bereik valt. De sensoren mogen niet in het vriesvak worden bewaard.
  • Houd de klep van de USB-poort op de ontvanger gesloten als de USB-kabel niet is aangesloten. Soms werkt de ontvanger niet goed als er water in de USB-poort komt.